In het draaiboek van de conferentie stond het er gewoon tussen. Niet als grapje, maar als vast onderdeel: publiek actief betrekken. Geen paneldiscussie, geen poll op het scherm, maar iets eenvoudigers. Iets lichamelijks bijna.
Nog vóór de eerste spreker begon, vroeg ik de zaal om van stoel te wisselen. Niet willekeurig, maar met iemand die ze niet kenden. Het geroezemoes was meteen hoorbaar. Lichte weerstand ook. Maar toen iedereen zat, was er iets verschoven. Letterlijk én figuurlijk.
Als dagvoorzitter plan ik dit soort momenten bewust in. Omdat interactie niet vanzelf ontstaat. Je moet haar organiseren. Niet door mensen te dwingen, maar door ze uit hun vaste positie te halen. Fysiek bewegen helpt daarbij. Het breekt patronen. Het opent gesprekken.
Later op de dag kwam een thema voorbij dat vroeg om nuance. In plaats van vragen uit de zaal, vroeg ik mensen om hun reactie eerst te delen met degene naast hen. Eén minuut. Daarna pas de microfoon. De antwoorden die volgden, waren bedachtzamer.
Wat je ziet gebeuren, is dat het publiek zich mede-eigenaar voelt van het gesprek. Niet omdat ze mogen stemmen, maar omdat ze worden uitgenodigd om te reflecteren. Als dagvoorzitter bewaak je die momenten. Je kondigt ze aan, je geeft ze tijd, en je durft ze ook weer af te ronden.
Creatieve interactie vraagt voorbereiding. Je moet weten wanneer het kan, en wanneer niet. Je moet het publiek vertrouwen, maar ook beschermen tegen ongemak dat niets oplevert. Het is geen trucje, het is vakmanschap.
Aan het eind van de dag zei iemand: “Ik heb meer gepraat dan geluisterd, maar toch meer geleerd.” Dat voelde als een bevestiging.
Want soms verandert een conferentie niet door wat er op het podium gebeurt,
maar door wat er tussen de stoelen ontstaat.
15 januari 2026
The post De stoelen mochten meepraten first appeared on Hollanda Haberleri.

2 hafta önce
25










Dutch (NL) ·
Turkish (TR) ·